Inez van Oord is uitgever, auteur en oprichter van o.a. Happinez, het tijdschrift dat spiritualiteit voor een breed publiek toegankelijk maakte en uitgroeide tot een succesvol merk in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Samen met haar broer, theoloog Jos van Oord, schreef zij de bestseller Rebible, een eigentijdse herlezing van de Bijbel als bron van spirituele inspiratie en wijsheid.
Inez schrijft voor Gouden Bijbelverhalen blogs waarbij ze het Bijbelverhaal onder haar scherpe loep legt en er verrassende vragen over stelt.
Stel je bent een God, en je bedenkt zoiets verrukkelijks als het paradijs. Je zet er twee hoofdrolspelers in, een man en een vrouw, ze zijn naakt gelukkig. Dan laat je dat sprookje toch intact? Waarom zou je anders een tuin van Eden hebben bedacht. En toch kwam God, of in elk geval de verteller van het verhaal, met dat ene ding, die ene boom, waar ze vanaf moesten blijven.
De grote vraag is natuurlijk: waar gaat dit verhaal over? Over gehoorzaamheid (belerend) of over de vrouw als slecht mens (waarom heb je haar geschapen, zou je dan denken) of gaat het over het begin van bezit? Je mag alles eten, maar die boom is van mij! Daar blijf je vanaf. Een paradijselijke wij-zullen-alles-delen-economie is dat bepaald niet.
In de tekst staat: ze mogen niet eten van de boom van goed en kwaad, want dan zullen ze sterven. Iedereen weet hoe het afloopt. Er woont een slang in de boom. De Naardense Bijbel omschrijft het dier als ‘een uitgekleder dier dan al wat in het wild leeft’, dat lispelt: 'Je zult echt niet sterven als je van deze boom eet. Integendeel, je ogen zullen opengaan en jullie zullen als goden zijn'.
De boom is een lust voor het oog. Er staat zelfs: ‘Ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken.’ En in de Bijbel van mijn vader (de Statenvertaling) staat: ‘Een boom die begeerlijk was verstandig te maken’.
Dat is bijzonder, dat biedt andere perspectieven. Als het een boom is om verstandig te worden, is het misschien wel interessant dat juist de vrouw die ontwikkeling zoekt!
Maar eerst het verhaal afmaken. Ze eten, de ogen gaan open en ze merken dat ze naakt zijn. Dan horen ze het geluid van God langskomen in de avondwind en verschuilen zich. ‘Adam, waar ben je? Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Dan heb je van de boom gegeten,’ zegt God.
Ja, zegt de man, en hij geeft heel kinderachtig de vrouw de schuld: 'Zij heeft ervoor gezorgd dat ik van de vrucht heb gegeten'. En de vrouw geeft, ook onvolwassen, de schuld aan de slang.
God zegt tegen de slang: 'Je bent vervloekt.' En tegen de vrouw: 'Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Zwoegen zul je als je baart.' En tegen de man: 'Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde. Stof ben je. En tot stof keer je terug.'
God kleedt ze aan, met klederen van dierenvellen. En stuurt ze weg, de hof uit, einde verhaal.
Wat een drama. En wat een ellende heeft dit verhaal in de wereld veroorzaakt. Nou ja, niet het oerverhaal, maar de interpretatie ervan. De vrouw als verleider. Luister nooit naar een vrouw, je wordt het paradijs uit gestuurd. Bovendien... we zijn nog maar net in de Bijbel begonnen en het woord ‘zonde’ komt in beeld. De mens is een zondig wezen. Ongehoorzaam. De mens is slecht. Wat een negatieve boodschap. Is het ons verkeerd uitgelegd?
Want stel dat je er anders naar kijkt. Ik probeer even iets: die boom wordt de boom van goed en kwaad genoemd, de boom van dualiteit. Als je daarvan eet krijgt voortaan alles een oordeel: goed of kwaad, zwart of wit, ja of nee, lelijk of mooi. Precies zo zit onze manier van denken in elkaar. We denken in tegenstellingen. De boom is misschien wel symbool voor dát. Wat ik leerde van leraren uit Oosten en Westen is dat een verlichte geest non-duaal is; dus het eenheid-denken dat we allemaal zo graag willen bereiken… dat is het paradijs! Als we verlost zijn van al onze belemmerende gedachten, dan verkeren we in een staat van zijn die misschien wel een staat van Zijn genoemd mag worden.
Maar in dit verhaal is alles andersom. Wij verlangen misschien naar het paradijs, maar Adam en Eva komen er juist vandaan. Misschien wordt hier op een mooie manier verteld dat ze een bewustzijn hadden, maar geen verstand. Als dieren? Niet bewust van naaktheid?
En dan komt het verstand in beeld. We zijn een ziel, en krijgen – in de mythe via een appel – ons zelfbewustzijn mee. We zien onszelf. We zullen moeten dealen met goed en kwaad. Dat maakt ons mens.
Mijn broer Jos kijkt totaal verbaasd. ‘Zo heb ik er nog nooit, echt nog nooit naar gekeken. Dit is vernieuwend voor mijn denken.’
Hij ziet het zo: ‘Er is een tuin met een boom van kennis van goed en kwaad waar je niet van mag eten. Deze boom moet intact blijven. Deze boom moet ongerept blijven. De mens mag zich niet vergrijpen aan dit weten. Niet om de mens onschuldig te houden, geen kinderlijke onschuld, maar juist om de mens tegen zichzelf beschermen. Als je er niets van weet, van goed en kwaad, kom je ook niet in de verleiding om die dingen door elkaar te halen.
Daarbij speelt nog iets bijzonders. De Bijbel is een voorleesboek. Als je het verhaal hoort, hoor je de naam van de slang. Nachasj. Met een sisser aan het eind. Nachasj betekent 'slang' in het Hebreeuws, koperen slang. En koper was kostbaar, het werd gebruikt als geld, ruilmiddel. In het kielzog van Nachasj kom je dus bij geld, en dan vanzelf bij oorlog, bij economie en geweld.
De slang en de boom zijn voor mij symbool van: weten dat je fout bezig bent maar het goedpraten, je geweten sussen, denken dat je conflicten met geweld kunt oplossen. Ik bedoel te zeggen dat je goed en kwaad verwisselt. Als je kennisneemt van die boom, neem je ook afscheid van je onbevangenheid, dan verlies je je onschuld, en krijg je kennis van argwaan en angst. Dan ga je je verbergen, zoals Adam en Eva. Gelukkig is daar in dit verhaal de vraag: waar ben je? Alsof de mens een spiegel wordt voorgehouden. En neem je verantwoordelijkheid, schuif die niet af naar een slang. Maar kijk waar je staat tussen goed en kwaad. En hoe je verder wilt.’
Zou kunnen, we weten allebei niet zeker hoe het verhaal is bedoeld. Eeuwen later mogen we zoeken naar nieuwe verklaringen, waarom niet?
Het zou toch zomaar kunnen dat die slang helemaal niet zo slecht is, maar dat hij wordt opgevoerd als symbool voor verandering. Misschien staat die slang wel voor de overgang naar een ander bewustzijn. De slang, als een van de weinige dieren, gooit zijn huid af en begint een nieuw leven. Zo ging het met Adam en Eva. Ze begonnen een nieuw leven. Niet als dieren die een instinct volgen. Maar als mensen. Als zelfbewuste mensen, ze trekken de wereld in. Die zit vol goed en kwaad. En pas als je doorhebt dat die twee bij elkaar horen, dat je de eenheid weer gaat zien of ervaren, dan kom je terug in het geestelijke paradijs. Dat staat ook in dit scheppingsverhaal, in deze mythe: dat je dan kunt zijn als God. Dus dat zal onze uitdaging zijn. Als je ego niet meer opspeelt, als je frustraties niet meer tevoorschijn komen, als je vooroordelen verdwijnen, als je áchter het denken kunt kijken. Als je het leven als licht ervaart, dan ben je rijp voor het paradijs.
But not yet
Dit was nog maar in den beginne