Inspiratie

Hier vind je inspiratie en informatie voor volwassenen over de 12 Gouden Bijbelverhalen. Met blogs, informatie, verhalende filmpjes en gespreksvragen. De wekelijks nieuwe bijdragen - allemaal gratis - zorgen voor een groeiend archief, geordend per verhaal. Blijf kijken dus!

Bij het verhaal vanAdam en Eva

Bij het verhaal vanAdam en Eva

1 juli 2026

Dr. Erik Renkema is onderwijstheoloog en als adviseur identiteit werkzaam voor Verus. Voorheen was hij docent en onderzoeker in het hoger beroepsonderwijs. In zijn werk en zijn verhalen neemt hij ook zijn ervaringen als leerkracht en kerkelijk werker mee. Eerder droeg hij bij aan verhalenbundels voor kinderen over allerlei levensthema’s en schreef hij het prentenboek ‘De Speelboom’ en de jeugdroman ‘Stroomhoofd’.

Voor 'Gouden Bijbelverhalen' schrijft Erik bij elk van de prentenboeken een bijdrage over de kracht van deze verhalen voor het onderwijs.

Het oeroude verhaal uit Genesis 2 vertelt over de oorsprong van al het leven. Het is het tweede Bijbelse scheppingsverhaal, na Genesis 1. Natuurlijk kunnen oorsprongverhalen als dit over Adam en Eva helpen bij het filosoferen over het begin van de wereld en het (menselijk) leven. Maar juist in dit verhaal is de onderlinge relatie tussen deze twee mensen een uitnodigende gedachte. Daarmee wordt een beeld neergezet van de relatie tussen mensen, juist ook vandaag. Bij uitstek is dit verhaal dan ook geschikt om samen met kinderen na te denken over de vraag wat een ander mens voor je kan zijn.

Al snel kun je in het onderwijs daarmee het verband leggen met burgerschapsvorming: een verplicht en zeer belangrijk element van basis- en voortgezet onderwijs. Daarbij gaat het om het leren respectvol om te gaan met mensen die verschillende voorkeuren, mogelijkheden en overtuigingen hebben. Dit onderwijs stimuleert de ontwikkeling van democratische waarden van gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit bij kinderen.

Bijbelverhalen als dit kunnen hierbij van grote waarde zijn. Juist als we burgerschapsonderwijs als een vormende dimensie van onderwijs zien, moet de Bijbel daar een belangrijke rol in spelen. Het oefent de leerlingen midden in de samenleving te staan, maar ook te reflecteren op zijn eigen waarden, ervaringen en beelden. Voor die identiteitsvorming zijn perspectieven uit de Bijbel nodig. Personen en wijsheden uit de Bijbel dagen leerlingen uit, maken hen open, kritisch en nieuwsgierig. Dat is in de kern de bedoeling van burgerschapsvorming.

Adam en Eva worden elkaar geschonken. In Genesis 2, 18 zegt God bij dit schenken: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is. Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’ Hier kan veel misverstand over bestaan. Het Hebreeuwse woord voor ‘helper’ duidt niet op een gehoorzame assistent, maar wordt in de Bijbel ook voor God gebruikt. De Herziene Statenvertaling spreekt dan ook over ‘een hulp als iemand tegenover hem.’

Dat tegenover kan dan ook duiden op een kritische tegenstem, een klankbord, een luisterend oor, iemand die ongevraagd de handen uit de mouwen steekt. Verschillende rollen kunnen vervuld worden door verschillende mensen. Het verhaal gaat zeker niet uitsluitend over een man en een vrouw in een romantische relatie.

Denk met kinderen daarover na: wat kan een ander mens allemaal voor jou zijn, betekenen? Moet een vriend alles voor je zijn? Of kan iemand ook iets bijzonders voor je zijn, en een ander weer iets anders? Wat is iemand voor jou? En wat ben jij voor een ander?

De schepping

De schepping

1 juli 2026

Jos van Oord is theoloog en startte als predikant graag nieuwe initiatieven. Zo zette hij in Amersfoort-Noord een bloeiende oecumenische gemeenschap op en was hij een van de initiatiefnemers van De Kamers, een huis van ontmoeting, cultuur en inspiratie, in Vathorst (Amersfoort). Jos heeft een grote liefde voor de oeroude verhalen en de Bijbel is een van zijn belangrijkste bronnen van inspiratie. Samen met zijn zus Inez schreef hij de succesvolle uitgave 'Rebible'.

Voor 'Gouden Bijbelverhalen' schrijft hij bij elk van de boeken een brief aan een van zijn kleinkinderen.

Lieve kleinzoon,

Het huis waar ik woon en waar jij nu af en toe komt, staat aan de rand van een bos. Ik kan nu nog door het bos heen kijken, maar straks als het zomer is, zit het potdicht. De bomen komen uit, het bruin maakt plaats voor veel groen. Dat vind ik altijd zo mooi. Het lijkt allemaal dor en dood… en dan schiet er gaandeweg van alles op. Dat is de kracht van de natuur.

Ik heb in mij jeugd op Schouwen, in Zeeland gewoond. Vlakbij de duinen en het strand. Ik kom er nog steeds graag. Ik ervaar de kracht en pracht van de natuur daar heel sterk. Misschien kunnen we een keer een strandwandeling maken, samen schelpen zoeken of iets bouwen van zand.

Ik moet je trouwens iets zeggen wat helemaal niet leuk is. Deze aarde waar jij op geboren bent en die vol zit met dit soort prachtige natuur, heeft het moeilijk. Ja, zal je misschien later zeggen, logisch, die aarde is ook veel ouder dan opa, miljarden jaren oud. Dat is ook zo. Een oude aarde! Maar in die tijd die ik er nu op leef, is er veel gebeurd waardoor het helemaal niet goed gaat. We hebben er met elkaar meer een vuilnisbelt van gemaakt. En de lucht vervuild door vliegtuigen, fabrieken en auto’s. Ja, ik doe er ook aan mee. Het wordt daardoor ook steeds warmer.

Ik vind het zo vervelend om deze boodschap op te schrijven in een brief naar jou. Jij, die zo fris en fruitig het leven instapt en straks vast veel zin hebt om de wereld te gaan ontdekken… om dan jou te schrijven dat ik wat somber ben over de toekomst van deze aarde. Wat laat ik jou achter?

Toch is dat niet het laatste wat ik erover denk, Abel. Het glas is bij mij niet halfleeg, maar halfvol. Hoop doet leven. En ik trek me op aan dat oude scheppingslied dat als eerste hoofdstuk in de Bijbel staat. Ik lees het wel een keer met je. Aan het einde van dat lied staat dat God alles zag wat hij gemaakt had: 'en zie, het was zeer goed’. Nou, dat is toch om je aan op te trekken?

Er is in de taal van de Bijbel trouwens een mooi verband tussen het woord ‘mens’ en de ‘aarde’. De mens heet in het Hebreeuws Adam en de aarde adama. Grappig hè? Dat wil iets zeggen. Wij horen bij elkaar, de aarde en de mens. We zijn elkaars vrienden. Daarom moeten we zorgvuldig met de aarde omgaan. Dan gooi je niet zomaar een blikje weg. Wat ik allemaal zie liggen in de stad en aan de kant van de weg!

Ik heb geen idee hoe de aarde zal zijn als jij grootvader bent geworden. Ik hoop beter. Mooier. Dat zou ook best kunnen, want er zijn in deze tijd veel mensen die zich daarvoor inzetten. In het klein, bijvoorbeeld wat je koopt, wat je eet; en in het groot, in de politiek. En weet je wat we in mijn tijd ook ontdekt hebben? De kracht van de zon en de wind. Die leveren ook heel veel energie die we kunnen gebruiken.

Dus Abel, je opa kan somber zijn, maar waar duisternis is, is ook licht. En lichtpuntjes zie ik ook. Zeker nu jij in ons leven bent gekomen. Klein verzetstrijdertje dat je bent! Kom maar gauw weer langs, dan gaan we in het bos hier op zoek naar de vogels. Laatst vloog een roodborstje een poosje met me mee. We zien haar vast weer. Want ze zal gewoon blij zijn om jou te zien. Met je rode wangetjes!

Opa Jos

Adam en Eva

Adam en Eva

1 juli 2026

Dr. Piet van Midden is theoloog en was tot zijn emeritaat docent Klassiek Hebreeuws aan Tilburg University. Hij werkte voor vijf verschillende PKN-kerken als predikant en publiceerde een groot aantal artikelen en boeken over de Bijbel. Het meest bekend daarvan is ‘De Groeibijbel’, een Bijbel voor tieners, maar ook vooral gelezen door hun ouders.

Voor Gouden Bijbelverhalen schrijft hij bij elk verhaal een tekst die je aan het denken zet en dieper op de achtergronden ingaat.

Weet jij hoe het was in het begin? Ik bedoel het echte begin, van de aarde en de dieren, en de mens natuurlijk. Je kunt daarover wel fantaseren, maar je kunt ook een écht verhaal daarover lezen. Een gouden verhaal. Wat je nu leest bijvoorbeeld.

Stel je even voor: deze aarde, maar dan nergens groen. Geen boompje te zien, laat staan een bos, of desnoods paar gezellige pinksterbloemen. Met die wereld is het allemaal begonnen, toen God out of the blue wat stof bij elkaar veegde en er wat van maakte. Stof, er was niets beters. De mens was stof. En daaruit schiep hij een mens, alleen was aan die mens niets te beleven. Hij bewoog niet, hij maakte geen geluid, hij was niet koud of warm en ook God werd er niet koud of warm van. Toen blies hij zijn eigen adem in de neus van de mens. Levensadem. De mens werd een levende ziel.

Denk niet dat het meeviel, ook niet voor God. De mens had niets te doen en voelde zich onveilig. Daarom legde God een tuin aan. Helemaal alleen voor de mens. In de tuin kwamen stoere vruchtbomen te staan. En midden in de tuin plantte God een speciale boom die een bijzondere naam kreeg: de boom van kennis van Goed en Kwaad. Een soort godenboom. Daar moet je wijs mee omgaan, had God gezegd, anders gebeuren er vreselijke dingen. Vier rivieren voorzagen de tuin van water, het kon niet beter. Een paradijs!

Nu was het de beurt aan de mens. God nam de mens en zette hem in de tuin om die te bewerken en te erover te waken. Hij kreeg wel een handleiding mee: ‘Van alle bomen mag je vrij eten, behalve van die ene boom in het midden. Daarvan mag je niets eten, anders ga je dood.’

Dood… de mens kon zich er niets bij voorstellen. Hij was alleen, en je alleen voelen lijkt een
beetje op dood zijn. Maar daar wist God iets op. Hij maakte een tweede mens, een geboren helper. Daarover gaat een gouden verhaaltje. Dat God een van de ribben van de mens genomen had en uitgebouwd had tot een vrouw. En dat de mens tegen de vrouw gezegd had: ‘Jij bent het helemaal voor mij. Jij kent mij, zoals ik mezelf ken.’

Het zou verkeerd aflopen. De vrouw liep door de tuin en stuitte op een slang. Die begon tegen de vrouw te praten – dat doen slangen doorgaans niet – en vertelde dat de vrucht van de heilige boom zo lekker smaakte en dat je als God zou worden als je ervan at. Het is nog gevaarlijker, vulde de vrouw aan, als je die boom aanraakt is het al mis, dat wordt je dood.’

De vrouw keek naar de boom en nog eens, ze kon niet van de boom afblijven. Ze plukte een vrucht die er gewoon om vroeg om opgegeten te worden. Toen ontdekten zij en de mens dat ze naakt waren, en niet zo verstandig. God zou voor kleren zorgen, maar zij moesten de enge wereld in. De tuin werd afgegrendeld. Geen mens kon erin of uit.

En die boom, misschien staat hij er nog wel. Maar niemand komt langs de gewapende engelen die de tuin sindsdien bewaken, vertelt het verhaal.

Het verhaal van de slang

Het verhaal van de slang

1 juli 2026

Inez van Oord is uitgever, auteur en oprichter van o.a. Happinez, het tijdschrift dat spiritualiteit voor een breed publiek toegankelijk maakte en uitgroeide tot een succesvol merk in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Samen met haar broer, theoloog Jos van Oord, schreef zij de bestseller Rebible, een eigentijdse herlezing van de Bijbel als bron van spirituele inspiratie en wijsheid.

Inez schrijft voor Gouden Bijbelverhalen blogs waarbij ze het Bijbelverhaal onder haar scherpe loep legt en er verrassende vragen over stelt.

Stel je bent een God, en je bedenkt zoiets verrukkelijks als het paradijs. Je zet er twee hoofdrolspelers in, een man en een vrouw, ze zijn naakt gelukkig. Dan laat je dat sprookje toch intact? Waarom zou je anders een tuin van Eden hebben bedacht. En toch kwam God, of in elk geval de verteller van het verhaal, met dat ene ding, die ene boom, waar ze vanaf moesten blijven.

De grote vraag is natuurlijk: waar gaat dit verhaal over? Over gehoorzaamheid (belerend) of over de vrouw als slecht mens (waarom heb je haar geschapen, zou je dan denken) of gaat het over het begin van bezit? Je mag alles eten, maar die boom is van mij! Daar blijf je vanaf. Een paradijselijke wij-zullen-alles-delen-economie is dat bepaald niet.

In de tekst staat: ze mogen niet eten van de boom van goed en kwaad, want dan zullen ze sterven. Iedereen weet hoe het afloopt. Er woont een slang in de boom. De Naardense Bijbel omschrijft het dier als ‘een uitgekleder dier dan al wat in het wild leeft’, dat lispelt: 'Je zult echt niet sterven als je van deze boom eet. Integendeel, je ogen zullen opengaan en jullie zullen als goden zijn'.

De boom is een lust voor het oog. Er staat zelfs: ‘Ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken.’ En in de Bijbel van mijn vader (de Statenvertaling) staat: ‘Een boom die begeerlijk was verstandig te maken’.

Dat is bijzonder, dat biedt andere perspectieven. Als het een boom is om verstandig te worden, is het misschien wel interessant dat juist de vrouw die ontwikkeling zoekt!

Maar eerst het verhaal afmaken. Ze eten, de ogen gaan open en ze merken dat ze naakt zijn. Dan horen ze het geluid van God langskomen in de avondwind en verschuilen zich. ‘Adam, waar ben je? Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Dan heb je van de boom gegeten,’ zegt God.

Ja, zegt de man, en hij geeft heel kinderachtig de vrouw de schuld: 'Zij heeft ervoor gezorgd dat ik van de vrucht heb gegeten'. En de vrouw geeft, ook onvolwassen, de schuld aan de slang.
God zegt tegen de slang: 'Je bent vervloekt.' En tegen de vrouw: 'Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Zwoegen zul je als je baart.' En tegen de man: 'Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde. Stof ben je. En tot stof keer je terug.'

God kleedt ze aan, met klederen van dierenvellen. En stuurt ze weg, de hof uit, einde verhaal.

Wat een drama. En wat een ellende heeft dit verhaal in de wereld veroorzaakt. Nou ja, niet het oerverhaal, maar de interpretatie ervan. De vrouw als verleider. Luister nooit naar een vrouw, je wordt het paradijs uit gestuurd. Bovendien... we zijn nog maar net in de Bijbel begonnen en het woord ‘zonde’ komt in beeld. De mens is een zondig wezen. Ongehoorzaam. De mens is slecht. Wat een negatieve boodschap. Is het ons verkeerd uitgelegd?

Want stel dat je er anders naar kijkt. Ik probeer even iets: die boom wordt de boom van goed en kwaad genoemd, de boom van dualiteit. Als je daarvan eet krijgt voortaan alles een oordeel: goed of kwaad, zwart of wit, ja of nee, lelijk of mooi. Precies zo zit onze manier van denken in elkaar. We denken in tegenstellingen. De boom is misschien wel symbool voor dát. Wat ik leerde van leraren uit Oosten en Westen is dat een verlichte geest non-duaal is; dus het eenheid-denken dat we allemaal zo graag willen bereiken… dat is het paradijs! Als we verlost zijn van al onze belemmerende gedachten, dan verkeren we in een staat van zijn die misschien wel een staat van Zijn genoemd mag worden.

Maar in dit verhaal is alles andersom. Wij verlangen misschien naar het paradijs, maar Adam en Eva komen er juist vandaan. Misschien wordt hier op een mooie manier verteld dat ze een bewustzijn hadden, maar geen verstand. Als dieren? Niet bewust van naaktheid?

En dan komt het verstand in beeld. We zijn een ziel, en krijgen – in de mythe via een appel – ons zelfbewustzijn mee. We zien onszelf. We zullen moeten dealen met goed en kwaad. Dat maakt ons mens.

Mijn broer Jos kijkt totaal verbaasd. ‘Zo heb ik er nog nooit, echt nog nooit naar gekeken. Dit is vernieuwend voor mijn denken.’

Hij ziet het zo: ‘Er is een tuin met een boom van kennis van goed en kwaad waar je niet van mag eten. Deze boom moet intact blijven. Deze boom moet ongerept blijven. De mens mag zich niet vergrijpen aan dit weten. Niet om de mens onschuldig te houden, geen kinderlijke onschuld, maar juist om de mens tegen zichzelf beschermen. Als je er niets van weet, van goed en kwaad, kom je ook niet in de verleiding om die dingen door elkaar te halen.

Daarbij speelt nog iets bijzonders. De Bijbel is een voorleesboek. Als je het verhaal hoort, hoor je de naam van de slang. Nachasj. Met een sisser aan het eind. Nachasj betekent 'slang' in het Hebreeuws, koperen slang. En koper was kostbaar, het werd gebruikt als geld, ruilmiddel. In het kielzog van Nachasj kom je dus bij geld, en dan vanzelf bij oorlog, bij economie en geweld.

De slang en de boom zijn voor mij symbool van: weten dat je fout bezig bent maar het goedpraten, je geweten sussen, denken dat je conflicten met geweld kunt oplossen. Ik bedoel te zeggen dat je goed en kwaad verwisselt. Als je kennisneemt van die boom, neem je ook afscheid van je onbevangenheid, dan verlies je je onschuld, en krijg je kennis van argwaan en angst. Dan ga je je verbergen, zoals Adam en Eva. Gelukkig is daar in dit verhaal de vraag: waar ben je? Alsof de mens een spiegel wordt voorgehouden. En neem je verantwoordelijkheid, schuif die niet af naar een slang. Maar kijk waar je staat tussen goed en kwaad. En hoe je verder wilt.’

Zou kunnen, we weten allebei niet zeker hoe het verhaal is bedoeld. Eeuwen later mogen we zoeken naar nieuwe verklaringen, waarom niet?

Het zou toch zomaar kunnen dat die slang helemaal niet zo slecht is, maar dat hij wordt opgevoerd als symbool voor verandering. Misschien staat die slang wel voor de overgang naar een ander bewustzijn. De slang, als een van de weinige dieren, gooit zijn huid af en begint een nieuw leven. Zo ging het met Adam en Eva. Ze begonnen een nieuw leven. Niet als dieren die een instinct volgen. Maar als mensen. Als zelfbewuste mensen, ze trekken de wereld in. Die zit vol goed en kwaad. En pas als je doorhebt dat die twee bij elkaar horen, dat je de eenheid weer gaat zien of ervaren, dan kom je terug in het geestelijke paradijs. Dat staat ook in dit scheppingsverhaal, in deze mythe: dat je dan kunt zijn als God. Dus dat zal onze uitdaging zijn. Als je ego niet meer opspeelt, als je frustraties niet meer tevoorschijn komen, als je vooroordelen verdwijnen, als je áchter het denken kunt kijken. Als je het leven als licht ervaart, dan ben je rijp voor het paradijs.

But not yet
Dit was nog maar in den beginne 


Drie keer de ark van Noach

Drie keer de ark van Noach

1 juli 2026

Imani

Ik blijf het een moeilijk verhaal vinden. Als kind zag ik vooral de dieren die twee aan twee de ark in gingen. Maar nu ik ouder ben, denk ik vooral aan al die mensen die niet gered werden. Kinderen. Ouders. Grootouders. Mensen die misschien nooit een kans hebben gehad om anders te leven. Waarom redt God alleen Noach en zijn gezin?

Ik geloof dat God liefde is. Dat is voor mij het hart van de Bijbel. Juist daarom schuurt dit verhaal. Hoe kan een liefdevolle God zo'n oordeel laten komen?

Toch zie ik ook iets anders. De Bijbel vertelt dat geweld en onrecht de wereld hadden overspoeld. Mensen maakten elkaar kapot. Alsof het kwaad alles had overgenomen. Misschien gaat dit verhaal niet over een God die graag straft, maar over een God die weigert het kwaad voor altijd zijn gang te laten gaan.
Dat neemt mijn vragen niet weg. Waarom moest het zó? Waarom deze weg? Ik weet het niet.

Wat mij helpt, is dat dit niet het laatste verhaal over God is. Later zie ik Jezus. Hij kiest niet voor geweld, maar draagt het zelf. Hij redt niet zichzelf ten koste van anderen, maar geeft juist zijn leven voor anderen. Daardoor lees ik het verhaal van Noach anders. Niet als een handleiding voor hoe God altijd handelt, maar als een verhaal uit een lange geschiedenis waarin God mensen stap voor stap laat ontdekken wie hij is.

Misschien is geloven wel niet hetzelfde als overal een antwoord op hebben. Misschien is geloven ook durven zeggen: 'God, ik begrijp u hier niet.' Dat gebed hoor ik ook in de Psalmen.

Ik blijf dus met mijn vragen zitten. Maar ik laat God niet los. Omdat ik geloof dat zijn liefde uiteindelijk groter is dan mijn begrip.

Aruna
Als boeddhist lees ik het verhaal van Noach anders dan iemand die gelooft in een God die de wereld bestuurt. In het boeddhisme is er geen almachtige Schepper die beslist wie mag leven en wie moet sterven. Daarom roept dit verhaal bij mij andere vragen op.

Waarom zou een liefdevolle God bijna alle mensen laten verdrinken? Dat begrijp ik niet goed. Tegelijk probeer ik niet meteen te oordelen. Misschien vertelt dit verhaal iets wat dieper gaat dan een grote overstroming.

In het boeddhisme geloven we dat hebzucht, haat en onwetendheid veel lijden veroorzaken. Wanneer mensen alleen nog aan zichzelf denken, ontstaat er vanzelf een wereld vol geweld. Misschien laat het verhaal van Noach zien wat er gebeurt wanneer zulke slechte eigenschappen de overhand krijgen. Dan stort een samenleving uiteindelijk in, net als een huis dat op een zwakke fundering is gebouwd.

Noach zou je dan kunnen zien als iemand die een andere weg kiest. Hij blijft trouw aan wat goed is, terwijl de mensen om hem heen een andere richting op gaan. Dat spreekt mij aan. Niet omdat hij door God wordt uitgekozen, maar omdat één mens kan laten zien dat een andere manier van leven mogelijk is.

De ark zelf vind ik misschien wel het mooiste beeld. Een ark beschermt het leven. In zekere zin probeert ieder mens zo'n ark te bouwen. Niet van hout, maar van vriendelijkheid, mededogen en wijsheid. Daarmee bescherm je niet alleen jezelf, maar ook de mensen om je heen.

Of de zondvloed echt heeft plaatsgevonden, weet ik niet. Voor mij is dat ook niet de belangrijkste vraag. Belangrijker is de vraag wat het verhaal vandaag met mij doet. Draag ik bij aan meer angst, boosheid en verdeeldheid? Of help ik mee aan een wereld waarin mensen en dieren veilig kunnen leven? Misschien is dat wel de ark die we iedere dag opnieuw mogen bouwen.

Amir
Als moslim geloof ik dat Noach, of Nuh zoals hij in de Koran heet, een profeet van God was. God stuurde hem om de mensen te waarschuwen. Jarenlang riep hij hen op om eerlijk te leven en zich weer naar God te keren. Maar de meeste mensen wilden niet luisteren.

Toch vind ik dit verhaal niet gemakkelijk. Waarom worden alleen Noach en de mensen die met hem meegaan gered? Waarom sterven zoveel anderen? Dat zijn vragen die mij raken.

In de islam is God niet alleen rechtvaardig, maar ook barmhartig. Die twee horen bij elkaar. God straft niet zomaar. Volgens de Koran kregen de mensen veel kansen om te veranderen. Pas toen zij bleven kiezen voor onrecht en de waarschuwingen bleven afwijzen, kwam het oordeel. Dat maakt het verhaal voor mij begrijpelijker, maar niet minder verdrietig.

Wat mij diep raakt, is dat zelfs de eigen zoon van Noach niet wordt gered. Hij vertrouwt op een hoge berg en denkt dat hij zichzelf wel kan redden. Noach roept hem nog, maar hij weigert te luisteren. Dat laat zien dat geloof niet iets is wat je van je familie erft. Iedereen maakt uiteindelijk zijn eigen keuzes.

Ik lees dit verhaal niet alleen als een verhaal over straf. Ik lees het ook als een verhaal over hoop. Na de vloed begint God opnieuw met de mensen. Hij geeft hun weer een toekomst. Dat laat zien dat Gods bedoeling nooit is om te vernietigen, maar om mensen terug te brengen naar een leven waarin rechtvaardigheid, geloof en barmhartigheid centraal staan.

Het verhaal stelt mij daarom ook een persoonlijke vraag. Niet: 'Waarom redde God alleen Noach?' Maar: 'Luister ik zelf naar wat goed en rechtvaardig is? Ben ik bereid mijn leven te veranderen als ik merk dat ik de verkeerde kant op ga?' Die vraag is misschien wel belangrijker dan alle antwoorden die ik kan bedenken. Want uiteindelijk vraagt God van mij niet dat ik alles begrijp, maar dat ik probeer te leven met geloof, eerlijkheid en mededogen.

De ark van Noach

De ark van Noach

1 juli 2026

Dr. Piet van Midden is theoloog en was tot zijn emeritaat docent Klassiek Hebreeuws aan Tilburg University. Hij werkte voor vijf verschillende PKN-kerken als predikant en publiceerde een groot aantal artikelen en boeken over de Bijbel. Het meest bekend daarvan is ‘De Groeibijbel’, een Bijbel voor tieners, maar ook vooral gelezen door hun ouders.

Voor Gouden Bijbelverhalen schrijft hij bij elk verhaal een tekst die je aan het denken zet en dieper op de achtergronden ingaat.

Geen Bijbelverhaal is zo geschikt voor een leuk prentenboek dan de story van Noach en zijn kinderen. En natuurlijk de dieren. De aarde als een dierentuin, hoe bijzonder wil je het hebben. Maar zo ver zijn we nog niet. Want de eerste vraag is natuurlijk: hoe kon het zo ver komen? Een aarde onder water. Alles went, ook overstromingen.

Laten we met elkaar afspreken dat we als het over God gaat, hij er heel menselijk uitziet en ook heel menselijk reageert. Dat maakt het allemaal wat meer begrijpelijk. God is zo anders dan anders, daar kunnen we toch niet bij met ons verstand. Als uw hoofd in de modus ‘menselijk formaat’ staat, gaat het vanzelf voor u leven. Een woedende God. De mensen hebben de wereld verziekt. Zij willen geen mens zijn, maar een god. En de meisjes-mensjes vallen voor de mooie jongens, met zo’n indrukwekkende Griekse kop. Gigantisch gewoon (Genesis 6, 1-4). De samenleving op z’n eind. Dag mooie schepping! Het is allemaal voor niets geweest. Adieu.

Daarom was God zo kwaad en vatte hij het plan op de hele aarde onder water te zetten. Een onmogelijke opdracht: ‘Noach, bouw een ark, want ik maak een eind aan de aarde, aan de dieren, aan alles.’

Het zal je gezegd worden. Noach kreeg een complete bouwtekening van een boot onder zijn neus: driehonderd bij vijftig bij dertig. Elk raampje was ingetekend.
Noach stotterde: ‘Lieve God, dit is geen boot, dat is een kist, een doodskist.’
‘Precies, ik ga de aarde begraven en dat ga jij voor me uitvoeren. Jij bent betrouwbaar. Je moet wel de dieren meenemen. Het is eigenlijk een reddingsboot. Een zeil, een roer, het is er allemaal niet. Jij hoeft niet te sturen, dat doe ik wel. Doe jij nu maar wat ik zeg.’
Noach ging aan de slag, met zijn vrouw en kinderen, Sem, Cham en Jafet en hun vrouwen. Voorzichtig kwamen nieuwsgierig de eerste dieren zich melden, twee bij twee, als een stelletje. En van bepaalde huisdieren zeven paar. Toen ging de boot dicht. God zelf sloot af.

Het begon te regenen. Het leek of de hemel was opengescheurd en de mensen terug waren bij het begin. De dieren kwamen paar aan paar, per soort één paar. Veertig dagen en veertig nachten stortte het van de lucht. De vloed tilde de ark op en maakte die los van de grond. Mens en dier buiten de ark gingen kansloos onder.

Toen dacht God aan Noach en aan de wilde dieren. Hij liet het waterpeil dalen, honderdvijftig dagen lang. En toen, een schok, de ark liep vast. Na veertig dagen opende Noach het venster. Het werd licht. Hij liet een raaf wegvliegen maar die cirkelde rond de ark, tot de aarde droogviel. Toen liet hij een duif los, maar die vond geen droge plek en kwam ’s avonds terug naar de ark. Na een week liet hij de duif weer vrij en nu keerde die terug met een olijftak in z’n snavel.

Toen wist Noach het zeker: de aarde is weer bewoonbaar. Veertig dagen en nachten, veertig weken, de tijd van verwekking en geboorte. De wind die de aarde drooglegt. Een doodskist die reddingsboot wordt. Een roofraaf, op zoek naar voedsel, die een duif moet laten voorgaan met een olijftak. De schepping nog eens overgedaan. En een verbond voor het leven. Het wordt licht.

Bij het verhaal vande Ark van Noach

Bij het verhaal vande Ark van Noach

1 juli 2026

Dr. Erik Renkema is onderwijstheoloog en als adviseur identiteit werkzaam voor Verus. Voorheen was hij docent en onderzoeker in het hoger beroepsonderwijs. In zijn werk en zijn verhalen neemt hij ook zijn ervaringen als leerkracht en kerkelijk werker mee. Eerder droeg hij bij aan verhalenbundels voor kinderen over allerlei levensthema’s en schreef hij het prentenboek ‘De Speelboom’ en de jeugdroman ‘Stroomhoofd’.

Voor 'Gouden Bijbelverhalen' schrijft Erik bij elk van de prentenboeken een bijdrage over de kracht van deze verhalen voor het onderwijs.

Kijk eens goed naar dit prachtige schilderij van Marius van Dokkum. Het laat zien hoe de Ark van Noach is gestrand op het Araratgebergte en de dieren de Ark verlaten. Het roept mooie vragen op en het tovert een glimlach om je mond.

Zie je bijvoorbeeld het wasgoed dat buiten hangt? Het is een van de vele kunstwerken die er bij dit Bijbelverhaal gemaakt zijn. Meestal worden dan allerlei dieren in paren afgebeeld, een vrouwtje en een mannetje, twee aan twee. Maar eigenlijk zouden het er veel meer moeten zijn: in Genesis 7, 2 wordt gesproken over zeven paren van alle reine dieren, en één paar van alle onreine dieren.

Door een mannetje en een vrouwtje mee te nemen wordt een voorschot op de toekomst na de zondvloed genomen: de belofte van een tijd dat nieuw leven er weer toe zal doen. De keuze voor zeven paren van reine dieren houdt er rekening mee dat er na die zondvloed weer geofferd kan worden: er zijn dan immers voldoende reine offerdieren.

Het verhaal van Noach staat in Genesis 6 tot en met 9. Het is een van de vele zondvloedverhalen die er in allerlei culturen te vinden zijn, zoals het veel oudere Sumerische Gilgamesj-epos. Je zou het als een afschrikwekkend verhaal kunnen lezen: vol teleurstelling, straf en de dood van zoveel mensen en dieren.

Maar, zeker met kinderen, dien je juist een veel belangrijke laag in dit verhaal te benadrukken. Het gaat daarbij om die belofte voor de toekomst, om het nieuwe begin. De duif, het olijfblad, de vruchtbare dieren en mensen die weer de aarde gaan bevolken, de boog in de wolken: ze duiden allemaal op de hoop op een nieuw begin.

De gedachte aan de filosofie van Hannah Arendt (1906-1975) dringt zich hierbij op. Zij sprak hoopvol over de nataliteit, ‘het geboren worden van nieuwe mensen en het maken van een nieuw begin, de handeling waartoe zij uit kracht van geboorte in staat zijn’ (De Menselijke Conditie). Juist jonge mensen brengen hoop in de wereld, kunnen een nieuw begin in en van de wereld gestalte geven.

Gebruik het verhaal van de Ark van Noach dan ook om met kinderen stil te staan bij hun wensen, ideeën en mogelijkheden voor een nieuw begin. Dat kan thuis zijn, op school, in de buurt en in de wereld. Daag hen ook uit na te denken over mogelijke obstakels en allerlei situaties die ze graag zouden willen behouden en waar ze geen nieuw begin zouden willen. En wat zou volgens hen God met een nieuw begin te maken kunnen hebben?

De ark van Noach

De ark van Noach

1 juli 2026

Jos van Oord is theoloog en startte als predikant graag nieuwe initiatieven. Zo zette hij in Amersfoort-Noord een bloeiende oecumenische gemeenschap op en was hij een van de initiatiefnemers van De Kamers, een huis van ontmoeting, cultuur en inspiratie, in Vathorst (Amersfoort). Jos heeft een grote liefde voor de oeroude verhalen en de Bijbel is een van zijn belangrijkste bronnen van inspiratie. Samen met zijn zus Inez schreef hij de succesvolle uitgave 'Rebible'.

Voor Gouden Bijbelverhalen schrijft hij bij elk van de boeken een brief aan een van zijn kleinkinderen.

Dag lieve kleinzoon,

Je bent alweer zes jaar. En je vertelt honderduit over wat je op school meemaakt. Ook over de verhalen uit de Bijbel die je daar te horen krijgt en aan mij doorvertelt alsof ze ook voor mij nieuw zijn. En eigenlijk zijn ze dat ook, want je verzint er soms van alles bij en dat maakt ze kleurrijker en leuker.
Ik herinner me uit mijn eigen kinderjaren dat als er op school een verhaal werd verteld ik er meteen beelden bij kreeg en niet meer luisterde naar de juf, maar me liet meeslepen door mijn fantasie. Daarom kon ik op wat toen de lagere school heette niet zo goed meekomen. Ik zat altijd op een wolk, zeiden ze. Nu zouden ze me een beelddenker noemen. Zou best kunnen. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik van verhalen ben blijven houden. Ook de verhalen uit de Bijbel - ik heb er zelfs m’n vak van gemaakt om die door te vertellen en uit te leggen. Als je bij ons logeert wil ik je graag voorlezen uit dat oude boek. Aan tafel of voor het slapen gaan.

We lazen met jouw vader en zijn broertje aan tafel vaak uit ‘Woord voor Woord’ van Karel Eykman. Je vader heeft het boek nog in zijn kast staan. Karel is in 2022 overleden. Zijn laatste verhaal heet ‘Noachs dochter’. Hij fantaseert daarin verder op een spannend verhaal in de Bijbel waarin een man die Noach heet de hoofdrol heeft en dat gaat over een grote watersnoodramp. In het verhaal van Eykman, dat in onze tijd speelt, heeft Noach een dochter, Greta. Zij maakt zich grote zorgen over het klimaat. Gaat het wel goed met de aarde? Zij weet haar sombere vader over te halen een survival boat te bouwen. Nou, zo’n ‘reddingsboot’ kom je ook tegen in het verhaal uit de Bijbel. Daar wordt het een ark genoemd. Ik zal het je gauw eens voorlezen.

Iemand zei eens over die watersnoodramp uit het Bijbelverhaal dat God zoveel verdriet had om de aarde dat zijn tranen een vloed werden. Maar door de tranen heen wilde hij dolgraag een nieuw begin maken. En daar had God Noach voor nodig.

Rampen mogen toch niet het laatste woord hebben? Gelukkig zijn er altijd mensen die hun best doen om goed voor de aarde te zorgen. En misschien ben jij er wel zo een.
Dag lieve kleinzoon… tot gauw.

Opa Jos

David en Goliat anno nu

David en Goliat anno nu

1 juli 2026

Benedikte Bos is in 1986 theologie gaan studeren aan de VU in Amsterdam. Ze was achtereenvolgens predikant in Oudemirdum, Bilthoven en Ouderkerk aan de Amstel. Sinds 2024 is ze voorganger in de Protestantse Gemeente Laren-Eemnes. Benedikte denkt graag na over de actuele zeggingskracht van Bijbelverhalen.

Voor Gouden Bijbelverhalen schrijft Benedikte bij elk van de prentenboeken een bijdrage op het snijvlak van het oude verhaal en onze huidige samenleving. Dat doet ze in beeldende, heldere taal waarin ze ook duidelijk laat zien waar zij voor staat. Lees en ontdek dat!

Het verhaal van David en Goliat behoort tot de bekendste verhalen uit de Bijbel. Velen kennen de beelden: de reusachtige krijger, zwaarbewapend en zelfverzekerd. En daartegenover een jonge herder met niets meer dan een slinger en vijf stenen. Het lijkt een ongelijke strijd. Toch wint niet de sterkste, maar degene die anders kijkt.
Misschien spreekt dit verhaal juist daarom nog steeds zo aan. Want ook vandaag leven we in een wereld vol Goliats.

Soms zijn het wereldmachten die tegenover elkaar staan. We zien oorlogen die eindeloos lijken voort te duren, terwijl gewone mensen de prijs betalen. Soms zijn het grote technologiebedrijven die meer invloed hebben dan veel regeringen. Soms zijn het de cijfers van de economie, de woningnood, de klimaatcrisis of de groeiende polarisatie. Problemen die zo groot lijken dat we onszelf afvragen: wat kan één mens hier nog aan doen?

Goliat leeft van angst. Zijn kracht zit niet alleen in zijn wapenrusting, maar vooral in de overtuiging dat niemand hem kan verslaan. David doorbreekt die logica. Hij weigert zich te laten bepalen door de maatstaven van zijn tegenstander. Hij trekt geen harnas aan dat hem niet past. Hij probeert niet een kleine Goliat te worden. Hij blijft David.

Vorig jaar leidde bisschop Mariann Budde de kerkdienst na de inauguratie van president Trump. 'Meneer de president,' sprak ze op rustige toon in de Washington National Cathedral, 'ik vraag u in Gods naam om barmhartig te zijn voor mensen die nu bang zijn. Homo’s, lesbiennes, transgenders, sommigen vrezen voor hun leven.'
De kersverse president reageerde furieus, hij eiste excuses. Buddes sympathisanten prezen haar juist: ze heeft de machtigste man op aarde de waarheid gezegd, en zo getart.

Dat is misschien wel de meest actuele les van het oude verhaal van David en Goliat. Verandering begint vaak niet bij degenen die de meeste macht hebben, maar bij mensen die weigeren zich neer te leggen bij wat vanzelfsprekend lijkt. De vrijwilliger die vluchtelingen welkom heet. De buur die eenzaamheidsproblemen doorbreekt. De journalist die feiten blijft zoeken in een tijd van desinformatie. De jongere die opkomt voor een leefbare aarde. Kleine stenen misschien, maar soms verrassend doelgericht.

Het verhaal waarschuwt ook. Wie alleen vertrouwt op grootte, macht en spierballentaal, kan
blind worden voor wat werkelijk telt. Geschiedenisboeken staan vol voorbeelden van ogenschijnlijk onaantastbare machten die uiteindelijk toch ten val kwamen.
David en Goliat is daarom geen sprookje over een wonderlijke overwinning. Het is een verhaal over perspectief. Over de vraag naar wie wij luisteren: naar de stemmen die zeggen dat verandering onmogelijk is, of naar de stem die ons uitnodigt om moediger te zijn dan onze angst.

Onze wereld van nu kent genoeg Goliats. Maar zolang er mensen zijn die, zoals David, geloven dat recht sterker kan zijn dan macht en hoop sterker dan cynisme, is het laatste woord nog niet gesproken.

De eerste kerstnacht

De eerste kerstnacht

1 juli 2026

De eerste kerstnacht
Dr. Piet van Midden is theoloog en was tot zijn emeritaat docent Klassiek Hebreeuws aan Tilburg University. Hij werkte voor vijf verschillende PKN-kerken als predikant en publiceerde een groot aantal artikelen en boeken over de Bijbel. Het meest bekend daarvan is ‘De Groeibijbel’, een Bijbel voor tieners, maar ook vooral gelezen door hun ouders.

Voor Gouden Bijbelverhalen schrijft hij bij elk verhaal een tekst die je aan het denken zet en dieper op de achtergronden ingaat.

De eerste kerstnacht… dat suggereert dat er ook een volgende kerstnacht zou kunnen zijn. Het woordje nacht klinkt al een beetje onheilspellend. Wat het daglicht niet kan verdragen, bloeit in de nacht. En zo voelen velen het met kerst.

Kerst vindt plaats in de nacht, Pasen op de vroege morgen, Pinksteren in het volle daglicht. Maar we komen vaak niet verder dan die kerstnacht. Dan komt alles weer boven. Dan spreken je geliefden, tot zwijgen gebracht in fotolijstjes, jou weer toe, en komen allerlei gebeurtenissen waarmee je geen vrede kunt hebben, weer tot leven. Kerst, mag het alsjeblieft een beetje vrolijker?

Dat is wel een lastige. Het kerstverhaal zet zwaar in: ‘En het geschiedde…’ Er gaat wat gebeuren, maar niet iets waarop je zit te wachten: een blauwe envelop van de belastingdienst. Een decreet dat er betaald moet worden aan keizer Augustus. En dat het kadaster moet worden bijgewerkt, zodat de keizer het volgende jaar opnieuw kan aankloppen.

Dat is het Romeinse rijk ten voeten uit: efficiency. Stroomlijnen. Vergeet even niet dat Jezus is geboren in het Romeinse rijk, waarin Nijmegen en Jeruzalem tot hetzelfde rijk behoorden; waar één munt, de sestertie, als wettig betaalmiddel gold; waar sprake was van één rechtssysteem, ‘ieder het zijne geven’. Jezus is een geboren wereldburger. Hij is niet alleen geboren voor Israël, maar voor al die mensen die onderweg zijn en van het pad raken.

Jozef en Maria zoeken niet de grenzen op. Ze gaan naar Betlehem en krijgen daar nul op het rekest. Dat wordt vaak breed uitgemeten: voor Jezus is geen plaats, en dan is de preek gauw gemaakt: onze wereld biedt geen plek voor de geringen. Maar mag het ook een beetje meer genuanceerd zijn? Jozef en Maria zorgen met alles wat ze hebben aan liefde voor dit kind. Jozef en Maria valt niets te verwijten. Ik denk aan al die baby’s die in peperdure slaapkamers worden verzorgd en de meest onzinnige speeltjes krijgen, maar die veel meer evenwichtig zouden opgroeien als ze in liefde werden grootgebracht.

Kerst is het feest van de nacht. Maar wie is er nog op als de zon al is ondergegaan? Dat zijn degenen die waken, het zijn herders die door een engel worden aangesproken. Engelen slapen niet, ze kennen de weg in de hemel en op de aarde. Engelen laten God aan het woord. Wat hebben ze te vertellen? ‘U is vandaag de Heiland geboren, de Christus, de Heer.’ Of voor anderen: ‘de Redder, de Messias, de Heer.’ In drievoud in elk geval, zoals dat bijna hoort in de Hebreeuwse Bijbel. Let goed op de volgorde: Heiland, Christus, Heer. Hij is de messiaanse redder die aangesproken wordt als HEER, de naam die God zelf draagt.

Wij hebben het algauw over de geboorte van Jezus. Maar Jezus is een Joodse man, want geboren uit een Joodse moeder. Hij gaat pas Jezus heten als hij is besneden en zijn naam heeft ontvangen. En die naam betekent ‘God redt'. Maar waarvan? Daar zijn evangelieboeken over vol geschreven. Jij en ik redden het niet. Het moet van boven komen, uit de hemel. Als het daar niet vandaan komt, is het er gewoon niet.


Kerst

Kerst

1 juli 2026

En jij zult met je vingertje naar de kribbe wijzen en zeggen: 'Die!’

Jos van Oord is theoloog en startte als predikant graag nieuwe initiatieven. Zo zette hij in Amersfoort-Noord een bloeiende oecumenische gemeenschap op en was hij een van de initiatiefnemers van De Kamers, een huis van ontmoeting, cultuur en inspiratie, in Vathorst (Amersfoort). Jos heeft een grote liefde voor de oeroude verhalen en de Bijbel is een van zijn belangrijkste bronnen van inspiratie. Samen met zijn zus Inez schreef hij de succesvolle uitgave 'Rebible'.

Voor 'Gouden Bijbelverhalen' schrijft hij bij elk van de boeken een brief aan een van zijn kleinkinderen.

Lieve kleindochter,

Dat was een mooi uitje hè, naar die grote kerstmarkt in het tuincentrum? Jij keek je ogen uit en ik ook. Ontzettend veel kerstballen, van klein tot enorm groot en in alle kleuren van de regenboog. De hele wereld kun je in de kerstboom hangen: ijsjes, stukken watermeloen, auto’s, hamburgers, bananen; allemaal van glas en bespoten met glitters. Je mond viel ervan open.

Helemaal geweldig vond je de bewegende en zingende ijsberen en die enorme kerstman in z’n arrenslee. ‘Oooh,’ zei je steeds en ‘waauw’. En toen kwam er ook nog een hele miniatuurwereld met bergdorpjes, een skilift, huizen, spelende kinderen, een kermis, auto’s, van alles. Tjonge jonge, wat een spektakel.

En helemaal aan het einde van al dat moois, vlakbij de uitgang, zag ik een paar kerststalletjes staan, van hout. Ik pakte er eentje uit de kast en liet het je van dichtbij zien. 'Kijk, dat is Maria en dat Jozef. En dat zijn de os en de ezel. En dat kleine poppetje in de kribbe, dat is kindje Jezus,’ zei ik. Maar je aandacht was alweer weg, weggetrokken naar iets met meer glitter en glans.

Het is ook maar een simpel verhaal. Over die twee mensen, Maria en Jozef, die op zoek naar een plek voor de nacht in een stal terechtkomen. En daar wordt hun kind geboren. Die de naam Jezus krijgt.

In de loop van de tijd zijn er veel verhalen over hem verteld en opgeschreven, verhalen die met elke kerst opnieuw mensen ontroeren. Maar waarom halen we dan al die ballen en versiersels en kaarsen erbij, een tuincentrum vol? Misschien wel omdat het allemaal bij dat kerstverhaal past.

Het kind in die kribbe heeft het later over de zin van alles, over wat ons te doen staat, over geluk en liefde. In die mooie kerstballen zien we de weerspiegeling van onszelf en denken we misschien na over ons leven. En kijkend naar de lichtjes en de kaarsvlammetjes kunnen we hopen op meer licht en warmte voor mensen die somber zijn en bang. Daarom zetten we in de donkerste tijd van het jaar een kerstboom in huis met kaarsjes en ballen. Omdat we verlangen naar licht en warmte en vrede. Ik hoop dat ook zo voor jou, dat jij opgroeit in een fijne wereld.

Ik zie er weer naar uit om samen kerst te vieren. Te luisteren naar dat oude kerstverhaal, te genieten van een lekkere maaltijd met elkaar, de geur van groen en de warmte van kaarslicht. En waar ik ook naar uitzie is de familietraditie om iedereen een boek te geven. Dat zoek ik met zorg uit en schrijf er een persoonlijke brief bij. Jij krijgt er dit jaar ook weer eentje. Misschien wel een mooi prentenboek over het kerstverhaal. En net als met andere boeken die we samen bekijken, vraag ik je dan waar de ezel is en waar de ster. En waar het kindje Jezus te vinden is. En jij zult met je vingertje naar de kribbe wijzen en zeggen: ‘Die!’
Fijne kerst, lieve kleindochter!

Opa Jos

Bestellen

Bij het jaarabonnement ontvang je elke twee maanden twee nieuwe boeken uit de serie. Een geweldig cadeau voor (klein)kinderen. Het jaarabonnement loopt na een jaar automatisch af.

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.
Over nieuwe artikelen, filmpjes en materiaal voor kinderen (allemaal gratis!)